Lezingen - Is er nog iets te zien?

Een tweetal lezingen van twee uur

Conceptuele kunst is de naam van een stijl in de beeldende kunst van de jaren 60 en 70 van de twintigste eeuw. Het is kunst waarbij het idee uitgangspunt is voor een verbeelding. De stijl ontwikkelde zich o.a. uit de minimal art en kan op die manier gezien worden als het ultieme resultaat van het modernisme. Vaak waren de conceptuele kunstenaars op zoek naar de grenzen van wat kunst is. Het zg “non-object” is dan ook een weinig visuele uiting. Bovendien is schoonheid zelden een uitgangspunt.

 

“Er is niets te zien” was de kritiek op deze kunst van dematerialisering. Veel kunstenaars voelden zich dan ook niet thuis bij deze radicale kunstvorm. Vooral niet toen het filosofische, linquistische en intellectuele gehalte zwaar werd aangezet. Toch zit in de conceptuele kunst -naar de spreker zijn idee- de kern en de samenvatting van de twintigste eeuw.

Conceptueel kan beschouwd worden als een relatief begrip. Hiermee bedoelt de spreker dat een kunstwerk in meer of minderde mate conceptueel kan zijn. Het is eigenlijk net als met het expressionisme. Een schilderij kan meer of minder expressief of expressionistisch zijn, los van de tijd of stijl waarin het is ontstaan. Het is interessant om de ontwikkeling van de kunst van de twintigste eeuw eens tegen het licht te houden vanuit het relatieve begrip “conceptueel”. Op die manier kan er ontdekt worden dat de schilderijen van Magritte veel meer vanuit een idee zijn ontstaan dan die van Dalí. In de hedendaagse kunst vinden we bijna altijd conceptuele aspecten. Aan de hand van afbeeldingen van kunstwerken uit de twintigste eeuw zal geprobeerd worden het begrip conceptualiteit toegankelijk te maken. Het is voor de spreker een uitdaging om ook mensen die in eerste instantie weinig affiniteit hebben met moderne en hedendaagse kunst toch over de streep te trekken met zijn verhaal.

Tijdens de lezing op 26 april zal Arjen van Prooijen het begrip “concept in de kunst” introduceren en uitvoerig bespreken. Zijn verhaal begint in de jaren 10 bij Marcel Duchamp. Na enkele voorbeelden van het dadaïsme, het surrealisme en het naoorlogse modernisme concentreert het verhaal zich rond de hedendaagse kunst. Met verschillende voorbeelden zal hij proberen interessante invalshoeken te laten zien van conceptuele en conceptuelere kunst.

In de lezing van 17 mei staat de “light and space art” centraal. Interessante voorbeelden van kunst zullen bekeken worden, waarbij licht en ruimte een belangrijk uitgangspunt worden.

Ook zal er aandacht zijn voor  “site-art” en “environment art”. Kunst waarbij de ruimte zelf een belangrijke parameter is geworden voor de verbeelding.

De lezingen vinden plaats om 20 u

in de Kunstkoepel Academie voor Beeld,

Hospitaalstraat 15, Bilzen